ECLI:NL:RBNHO:2023:1359

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
10258353 KG EXPL 22-130
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 lid 2 RvArt. 121 lid 1 RvArt. 121 lid 2 RvArt. 121 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening bij vordering tot ontruiming huurwoning

Kennemer Wonen vordert ontruiming van een huurwoning omdat de huurder zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft, wat een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert. Kennemer Wonen heeft de dagvaarding betekend aan het adres van het gehuurde, waar de huurder ook in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven en waar hij woonplaats heeft gekozen in de huurovereenkomst.

De kantonrechter overweegt dat de feitelijke woonplaats bepalend is voor de geldigheid van de betekening. Uit de stellingen van Kennemer Wonen blijkt dat de huurder niet feitelijk op het gehuurde woont en dat zijn werkelijke verblijfplaats onbekend is. Hierdoor had de dagvaarding ook openbaar moeten worden betekend volgens artikel 54 lid 2 Rv Pro.

Omdat Kennemer Wonen dit niet heeft gedaan, leidt dit tot nietigheid van de dagvaarding op grond van artikel 121 lid 1 en Pro lid 3 Rv. Verstek kan daarom niet worden verleend. Kennemer Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.H. Gisolf.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening, waardoor geen verstek kan worden verleend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10258353 \ KG EXPL 22-130
Uitspraakdatum: 21 februari 2023
Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:
Woonstichting Kennemer Wonen
gevestigd te Heiloo
eiseres
verder te noemen: Kennemer Wonen
gemachtigde: mr. M.J. Dekker te Alkmaar
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
Kennemer Wonen heeft [gedaagde] op 23 januari 2023 gedagvaard.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 februari 2023. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen.
1.3.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Kennemer Wonen ter toelichting van haar standpunt naar voren heeft gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Kennemer Wonen bij brief van 3 februari 2023 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
Tussen Kennemer Wonen en [gedaagde] is een huurovereenkomst gesloten. Op grond hiervan huurt [gedaagde] sinds 10 september 2021 de woning gelegen aan [adres] te [plaats] (verder: het gehuurde). In artikel 5 van Pro de huurovereenkomst is bepaald dat [gedaagde] woonplaats kiest in het gehuurde.
2.2.
Vanaf 8 maart 2022 heeft Kennemer Wonen herhaaldelijk huisbezoeken aan het gehuurde afgelegd in verband met vermoedens van woonfraude.
2.3.
Bij e-mail van 25 maart 2022 heeft Kennemer Wonen aan [gedaagde] geschreven dat hij zijn hoofdverblijf in het gehuurde moet hebben en heeft zij hem gevraagd om bewijs aan haar toe te sturen waaruit blijkt dat hij daar woont.
2.4.
Bij e-mail van 15 juli 2022 heeft Kennemer Wonen [gedaagde] uitgenodigd voor een gesprek op kantoor. Bij e-mail van 22 juli 2022 heeft Kennemer Wonen aan [gedaagde] geschreven dat zij elkaar op kantoor hebben gesproken en dat hij zijn hoofdverblijf in het gehuurde moet hebben.
2.5.
Bij brief van 23 september 2022 en een e-mail van 7 oktober 2022 heeft Kennemer Wonen [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst zelf op te zeggen, bij gebreke waarvan zij rechtsmaatregelen zal nemen.
2.6.
De huismeester van het complex waarin het gehuurde is gelegen heeft op 28 december 2022 schriftelijk verklaard dat hij heel lang niemand bij het gehuurde heeft gezien (circa een jaar niet) en dat de andere bewoners ook aangeven dat er nooit iemand bij het gehuurde komt.

3.De vordering

3.1.
Kennemer Wonen vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van de woning, op straffe van verbeurte van een dwangsom.
3.2.
Zij legt aan de vordering het volgende – kort weergegeven – ten grondslag. [gedaagde] is op grond van de wet, de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden verplicht het gehuurde feitelijk te bewonen. Uit onderzoek van Kennemer Wonen is gebleken dat [gedaagde] niet in het gehuurde woont. [gedaagde] heeft dat tijdens het gesprek van 21 juli 2022 uiteindelijk ook erkend. Het plakbandje dat Kennemer Wonen op 14 juli 2022 op de voordeur heeft aangebracht, is tot op heden onaangeroerd aanwezig en [gedaagde] reageert niet op haar brieven. Doordat [gedaagde] zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft, schiet hij ernstig tekort in de nakoming van zijn verplichtingen tegenover Kennemer Wonen. Dat rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Kennemer Wonen heeft zwaarwegend belang bij de ontruiming van het gehuurde vooruitlopend op de ontbinding van de huurovereenkomst. Als toegelaten instelling moet zij zorgdragen voor een rechtvaardige verdeling van haar sociale huurwoningen. De wachttijden voor dergelijke woningen zijn lang. Kennemer Wonen moet daarom zo spoedig mogelijk weer over het gehuurde kunnen beschikken zodat zij deze kan verhuren aan woningzoekenden die daar wel feitelijk gaan wonen.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] is niet ter zitting verschenen. Voordat verstek tegen [gedaagde] kan worden verleend dient de kantonrechter te onderzoeken of het exploot van de dagvaarding op juiste wijze aan [gedaagde] is betekend.
4.2.
Kennemer Wonen heeft het exploot uitgebracht aan het adres van het gehuurde. [gedaagde] staat ook bij de Basisregistratie Personen (BRP) op dat adres ingeschreven. Volgens Kennemer Wonen mag zij aan dat adres rechtsgeldig betekenen, ook omdat [gedaagde] in de huurovereenkomst woonplaats heeft gekozen in het gehuurde.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat de vraag of iemand op een bepaalde plaats woonplaats of woonstede heeft, moet worden beantwoord aan de hand van feitelijke omstandigheden. In beginsel mag de gerechtsdeurwaarder bij het uitbrengen van exploten afgaan op de gegevens uit de BRP, maar in het geval de feitelijke situatie ter plaatse aanleiding geeft om te twijfelen of die gegevens in overeenstemming zijn met de werkelijke woonplaats van degene tot wie het exploot zich richt, moet de gerechtsdeurwaarder nader onderzoek verrichten. Als bij dat feitelijk onderzoek op het aangegeven adres blijkt dat betrokkene in kwestie daar niet woont, moet aan de gegevens van het BRP voorbij gegaan worden en dient het exploot te worden gelaten aan het werkelijk verblijf, dan wel op de voet van artikel 54 lid 2 Rv Pro aan de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht waar de zaak dient of moet dienen. Ratio van deze bepaling is het zo veel als mogelijk waarborgen dat het exploot degene voor wie het is bestemd, ook daadwerkelijk bereikt en te voorkomen dat een (afschrift van het) exploot wordt achtergelaten aan een adres waar degene voor wie het bestemd is, niet woont en evenmin feitelijk verblijft.
4.4.
Uit de stellingen van Kennemer Wonen zelf blijkt dat [gedaagde] niet woonachtig is op het adres waar zij het exploot van dagvaarding heeft laten uitbrengen en dat zij niet weet waar [gedaagde] werkelijk woont. Dat betekent dat zij de dagvaarding in ieder geval ook openbaar aan [gedaagde] had moeten laten betekenen, maar dat heeft zij niet gedaan.
4.5.
Voor zover Kennemer Wonen zich baseert op de woonplaatskeuze in de huurovereenkomst, overweegt de kantonrechter dat een woonplaatskeuze voor buitengerechtelijke verklaringen van toepassing kan zijn, maar dat dit niet afdoet aan de werking van artikel 54 Rv Pro.
4.6.
De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat het exploot van dagvaarding aan een gebrek lijdt dat nietigheid meebrengt, zodat ingevolge artikel 121 lid 1 Rv Pro geen verstek tegen [gedaagde] kan worden verleend. Omdat het gebrek van dien aard is dat het aannemelijk is dat het exploot [gedaagde] niet heeft bereikt moet ingevolge artikel 121 lid 3 Rv Pro, in afwijking van artikel 121 lid 2 Rv Pro, de nietigheid van de dagvaarding worden uitgesproken.
4.7.
Kennemer Wonen wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart de dagvaarding nietig;
5.2.
veroordeelt Kennemer Wonen in de proceskosten, tot heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter