ECLI:NL:RBNHO:2023:13617

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
10567515 WM VERZ 23-944
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens rijden

Betrokkene is een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hiertegen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland.

De zaak is behandeld op 23 augustus 2023, waarbij de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig was en betrokkene niet is verschenen. De kantonrechter heeft de gedraging waarop de boete is gebaseerd onderzocht, waarbij vooral de verklaring van de verbalisant doorslaggevend was. De verbalisant verklaarde dat betrokkene tijdens het rijden met de rechterhand een mobiel elektronisch apparaat vasthield en kon dit duidelijk waarnemen zonder belemmering.

Betrokkene voerde aan geen mobiel apparaat in de hand te hebben gehad en wees op het gebruik van een telefoonhouder. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant echter voldoende en vond geen reden om aan die verklaring te twijfelen. Ook was er geen aanleiding om de boete te matigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de uitspraak, mits de boete hoger is dan €110,00.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10567515 WM VERZ 23-944
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 23 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat hij geen mobiele telefoon of iets anders in zijn hand te hebben gehad. Betrokkene heeft een telefoonhouder en maakt daar dagelijks gebruik van.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand vasthield. De verbalisant kon duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kijken. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: