ECLI:NL:RBNHO:2023:13709

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
10 januari 2024
Zaaknummer
10567860 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens overschrijding redelijke termijn bij parkeerboete

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren op een plek waar dat niet was toegestaan. Betrokkene voerde aan dat het voertuig slechts kort stond om uit te laden vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder rugklachten en het vervoeren van voedselbanktassen.

De officier van justitie handhaafde aanvankelijk de boete, maar tijdens de zitting gaf diens vertegenwoordiger aan het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter constateerde dat er een aanzienlijke periode van inactiviteit was geweest aan de zijde van justitie tussen het instellen van het beroep in december 2020 en de ontvangst van het beroepschrift in juni 2023.

Deze vertraging was niet gerechtvaardigd en leidde tot een schending van de redelijke termijn en het recht op verdediging van betrokkene. Daarom vernietigde de kantonrechter de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Omdat betrokkene geen zekerheid had gesteld, was restitutie daarvan niet aan de orde.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de beschikking en beslissing van de officier van justitie worden vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10567860 \ WM VERZ 23-429
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 2 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod (szone)).
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat het voertuig even voorde deur van betrokkene stond om uit te laden. Betrokkene heeft rugklachten en had tassen vol met eten van de voedselbank. Betrokkene doet een beroep op haar persoonlijke en financiële omstandigheden.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt niet te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
2.4.
De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en verklaart het beroep gegrond. Uit het beroepschrift en de stukken blijkt dat betrokkene op 28 december 2020 beroep heeft ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft het beroepschrift op 21 juni 2023 ontvangen van de officier van justitie. Deze periode wordt gekenmerkt door inactiviteit van de zijde van justitie. Voor dit tijdsverloop is geen aanwijsbare en aanvaardbare oorzaak. Dit brengt mee dat, de redelijke termijn van berechting naar het oordeel van de kantonrechter is overschreden. Daarbij neemt de kantonrechter ook in aanmerking dat het recht op verdediging van betrokkene door het tijdsverloop wordt geschaad. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. Omdat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld hoeft er geen restitutie van de zekerheidstelling plaats te vinden.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: