Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:13721

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
10 januari 2024
Zaaknummer
10568005 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het rijden van 5 km per uur harder dan toegestaan op een weg buiten de bebouwde kom. Hij stelde beroep in tegen deze boete, met het argument dat hij een spoedklus had en dat de snelheidsmeter van zijn voertuig niet aangaf dat hij te hard reed.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete. Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene verscheen niet. De kantonrechter overwoog dat de snelheid was vastgesteld door middel van een trajectcontrole waarbij de gemiddelde snelheid over een afstand werd gemeten en gecorrigeerd met een standaard meetcorrectie.

De gemeten snelheid van 88 km/u werd juist gecorrigeerd en de foto's van het voertuig aan het begin en einde van het traject bevestigden de overtreding. Betrokkene bracht onvoldoende feiten aan om aan de juistheid van de meting te twijfelen. Bovendien is een spoedklus geen rechtvaardiging voor het overschrijden van de snelheid. De kantonrechter verklaarde het beroep daarom ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens te hard rijden wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10568005 \ WM VERZ 23-450
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 2 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 5 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij een spoedklus had en in het donker zijn best heeft gedaan om zich aan de snelheid te houden. De snelheidsmeter van het motorrijtuig gaf niet aan dat betrokkene de te hard reed.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Bij een trajectcontrole wordt door middel van tijdmeting tussen twee punten de gemiddelde snelheid bepaald die gereden is over een langere afstand. De op deze wijze gemeten snelheid wordt vervolgens gecorrigeerd met een standaard meetcorrectie. Deze meetcorrectie bedraagt bij een gemeten snelheid van minder dan 100 km/uur 3 kilometer en bij een gemeten snelheid van meer dan 100 km/uur 3% van de gemeten snelheid. Vervolgens wordt bij een maximumsnelheid van 80 km/uur pas een boete opgelegd wanneer de gecorrigeerde gemiddeld gereden snelheid 84 km/uur of meer bedraagt. Dit betekent dat weggebruikers binnen het traject waar de snelheid wordt gemeten zonodig kortstondig kunnen versnellen ten behoeve van de goede doorstroming van het verkeer. Betrokkene mag erop vertrouwen dat overeenkomstig deze methode wordt gehandhaafd. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gemeten gemiddeld over het traject gereden snelheid van 88 km/uur op juiste wijze is gecorrigeerd met bovenvermelde meetcorrectie.
Door middel van de in het dossier aanwezige foto’s van het voertuig van betrokkene aan het begin en aan het einde van het traject en de gegevens in het zaakoverzicht, is de gedraging naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een spoedklus is geen reden om de snelheid te overschrijden. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: