In deze civiele procedure tussen Goudse Schadeverzekeringen N.V. en gedaagde staat centraal of de arbeidsongeschiktheidsverzekering zou zijn afgesloten indien de ware medische situatie van gedaagde bekend was geweest. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat Goudse voorshands aannemelijk heeft gemaakt dat een redelijk handelend verzekeraar de verzekering niet zou hebben gesloten, maar gaf gedaagde de mogelijkheid tot tegenbewijs.
De rechtbank benadrukt dat het onderzoek naar het acceptatiebeleid van andere verzekeraars niet noodzakelijk is, tenzij het verweer van gedaagde dat vereist. Gedaagde stelde dat een andere verzekeraar, Allianz, in de regel rugklachten niet tot weigering leidt, maar dit is onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt geen nader onderzoek naar acceptatiebeleid van derden verricht.
Gezien de tegenstrijdige deskundigenverklaringen wordt een onafhankelijke verzekeringsarts benoemd om objectief te adviseren over de acceptatie van de verzekering op basis van de medische gegevens en het beleid van 2016, inclusief het standpunt van Allianz. Partijen hebben gezamenlijk een voorstel voor de deskundige en de vraagstelling te doen.
De rechtbank wijst het voorstel van gedaagde af om zelf de rechter te informeren over acceptatiebeleid, omdat dit beter door een deskundige kan worden beoordeeld. De benoeming van een verzekeringsarts met ervaring in acceptatievraagstukken is gewenst. Pogingen om een geschikte deskundige te vinden zijn tot nu toe niet geslaagd, waardoor de zaak wordt aangehouden voor nadere procedure.