De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 december 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal met geweld en bedreiging met een vuurwapen of een soortgelijk voorwerp. De tenlastelegging betrof het onder bedreiging verkrijgen van een telefoon, pinpas en het overmaken van €3.000 van de aangever naar de verdachte. De verdachte ontkende de bedreiging en stelde dat de aangever vrijwillig het geld overmaakte in het kader van een investering in zogenaamde 'Refunds'.
Tijdens de zitting werden verklaringen van getuigen besproken die de emotionele toestand van de aangever na het incident beschreven, maar geen directe waarneming van een vuurwapen of bedreiging konden bevestigen. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende steun boden voor de beschuldigingen, mede omdat de verklaringen bij de politie direct na het incident geen melding maakten van een wapen en de getuigen later onderling hadden afgestemd.
De rechtbank concludeerde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte de aangever onder bedreiging had gedwongen tot de overschrijving van geld. Ook kon niet worden vastgesteld dat de verdachte zonder toestemming geld had overgeschreven. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf af.