ECLI:NL:RBNHO:2023:13841
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid
Op 26 april 2023 heeft verzoeker tijdens een zitting in een civiele kantonzakenprocedure een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter, stellende dat deze niet tekeningsbevoegd zou zijn en daarbij een beroep doend op strafrechtelijke artikelen. De kantonrechter staakte de behandeling en verwees het verzoek naar de wrakingskamer.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld op basis van de zittingsaantekeningen en concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Verzoeker baseerde zijn wraking op onjuiste veronderstellingen over de bevoegdheid van de rechter en betrok ook de griffier en de gehele rechtbank in het wrakingsverzoek, wat niet mogelijk is.
De wrakingskamer besloot geen mondelinge behandeling te plannen en verklaarde het wrakingsverzoek af. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van dezelfde verzoeker niet in behandeling zal worden genomen. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van 26 april 2023. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder mondelinge behandeling.