ECLI:NL:RBNHO:2023:13985

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 december 2023
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
10403737 \ CV EXPL 23-1637
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing compensatieclaim wegens vluchtvertraging Schiphol-Istanbul-Bakoe

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Istanbul naar Bakoe op 1 mei 2022. De eerste vlucht was vertraagd, waardoor de aansluitende vlucht werd gemist en de passagier met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming arriveerde. De passagier droeg zijn vorderingsrecht over aan Airhelp, die compensatie van €600 eiste op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder verweerde zich door te stellen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk congestie en personeelstekort bij de security check op Schiphol. De vervoerder overlegde nieuwsartikelen en een vluchtrapport ter onderbouwing.

De kantonrechter stelde vast dat hoewel er sprake was van bovengemiddelde drukte, niet duidelijk was hoe deze drukte de vertraging heeft veroorzaakt. Er was geen bewijs dat de vlucht op passagiers moest wachten vanwege de security check, noch dat een gewijzigde slottijd door luchtverkeersleiding was opgelegd. Hierdoor kon de vertraging niet als buitengewone omstandigheid worden aangemerkt.

De vordering tot betaling van €600 compensatie, wettelijke rente en proceskosten werd daarom toegewezen. De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente vanaf de datum van de vlucht, proceskosten en nakosten, met uitzondering van het meer of anders gevorderde dat werd afgewezen.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €600 compensatie wegens vluchtvertraging, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10403737 \ CV EXPL 23-1637
Uitspraakdatum: 6 december 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbHgevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir

1.Het procesverloop

1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 7 maart 2023 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar Heydar Aliyev International Airport Bakoe (Azerbeidzjan) met de vluchtcombinatie TK1952 en TK334 op 1 mei 2022.
2.2.
Vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanbul (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht naar Bakoe gemist. De passagier is omgeboekt op een alternatieve vlucht naar de eindbestemming, waarmee hij meer dan drie uur later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.3.
De vraag die voorligt is of de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de langdurige vertraging van de passagier op de eindbestemming het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.4.
De vervoerder heeft, onder verwijzing naar verschillende nieuwsartikelen, aangevoerd dat de luchthaven Schiphol in het voorjaar en de zomer van 2022 te kampen had met congestieproblemen. Er was sprake van een groot tekort aan (met name) beveiligingspersoneel. Dit heeft er volgens de vervoerder toe geleid dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken. Ter verdere onderbouwing hiervan heeft de vervoerder het vluchtrapport overgelegd.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van bovengemiddelde drukte op Schiphol, heeft hij niet, of althans onvoldoende, onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht. Het is de kantonrechter niet duidelijk hoe de lange(re) wachtrijen bij de security check tot de vertraging van de vlucht hebben geleid. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder als gevolg van de congestie bij de security check op passagiers heeft moeten wachten. Voor zover de vervoerder heeft bedoeld om aan te voeren dat hij een gewijzigde slottijd opgelegd heeft gekregen door de luchtverkeersleiding, heeft de vervoerder dit verweer niet met stukken onderbouwd. De vertraging wegens het ontbreken van voldoende personeel bij de security check op Schiphol kan in dit geval dan ook geen buitengewone omstandigheid opleveren.
4.6.
Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen.
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
4.9.
Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,86;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 264,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter