ECLI:NL:RBNHO:2023:13997

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 oktober 2023
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
10653443 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden, in strijd met artikel 61a RVV 1990. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter constateerde dat betrokkene de gedraging erkende en dat de omstandigheden die betrokkene aanvoerde, zoals het ontbreken van gevaar en het reageren op een stilgevallen telefoon, onvoldoende waren om de boete te matigen.

De wettelijke bepaling verbiedt het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden ongeacht de situatie, met als doel de verkeersveiligheid te bevorderen. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10653443 \ WM VERZ 23-563
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er geen sprake was van een gevaarlijke situatie. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene hoorde van de telefoon geen signaal meer en keek daarom even wat er aan de hand was.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Betrokkene heeft de gedraging erkend zodat deze is komen vast te staan. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval en verzoekt de kantonrechter om de boete te matigen. Op grond van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is het de bestuurder van een voertuig verboden om tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vast te houden, ongeacht of er met de mobiele telefoon wordt gebeld. De strekking van dit artikel is het bevorderen van de verkeersveiligheid. Dat de betrokkene geen gevaar of hinder voor andere voertuigen heeft veroorzaakt, doet er niet toe. De hoogte van de boete is wettelijk vastgelegd en daar kan alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden van worden afgeweken. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om af te zien van een boete of een matiging daarvan. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: