ECLI:NL:RBNHO:2023:14022

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 mei 2023
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
10435773 \ WM VERZ 23-593
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen boete parkeren zonder vergunning op vergunninghoudersplaats

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de juiste vergunning zichtbaar in het voertuig. Betrokkene voerde aan dat hij tijdelijk bij zijn dochter verbleef en een tijdelijke ontheffing had, maar deze was niet zichtbaar geplaatst toen de verbalisant langskwam. Ook werd aangevoerd dat betrokkene en zijn vrouw slecht ter been zijn en dat de boete daardoor zijn doel voorbijschiet.

Tijdens de zitting op 25 mei 2023 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, die het standpunt wijzigde en verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete te matigen tot €30,00. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding bewezen was, maar gelet op de omstandigheden de sanctie gematigd moest worden.

De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete en bepaalde dat de teveel betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter S.N. Schipper.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot €30,00 en teveel betaalde zekerheidstelling terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10435773 \ WM VERZ 23-593
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [Betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [Woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is [dochter van betrokkene] de dochter van betrokkene, verschenen, vergezeld van haar buurvrouw.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te wijzigen en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de sanctie te matigen naar € 30,00.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders zonder vergunning voor dat voertuig (bord E9).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat hij en zijn vrouw een aantal dagen op het huis van hun dochter pasten in verband met de kat. In verband met de honkbalweek was een tijdelijke ontheffing afgegeven die betrokkene achter de voorruit van het voertuig kon plaatsen, maar toen was de overijverige verbalisant al langs geweest. Betrokkene en zijn vrouw zijn al wat ouder en slecht ter been. De boete schiet zijn doel voorbij. Ter zitting heeft de dochter van betrokkene het beroepschrift nader toegelicht.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Het voertuig stond geparkeerd, en de ontheffing lag niet zichtbaar achter de voorruit van het voertuig. Gelet op de door en namens betrokkene geschetste gang van zaken en de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, is de kantonrechter van oordeel dat de sanctie gematigd dient te worden tot een bedrag van € 30,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 30,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: