Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:14038

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
10594625 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid zijruiten

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat de lichtdoorlatendheid van de voorruit en de voorste zijruiten van zijn voertuig minder dan 55% bedroeg, wat niet voldoet aan de wettelijke eisen. Betrokkene voerde aan dat de afwijking gering was (6%) en dat de folie was aangeschaft bij een bedrijf dat dit als goedgekeurd had bestempeld.

De officier van justitie handhaafde de boete en vroeg de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter stelde vast dat de metingen met een gecertificeerd meetinstrument een lichtdoorlatendheid van 44% aantoonden, gecorrigeerd naar 49%, wat onder de norm van 55% ligt.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende vaststond en dat het niet opzettelijk zijn van betrokkene niet relevant is voor het opleggen van de boete. Er was geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

De uitspraak werd gedaan in het openbaar door kantonrechter D.D.M. Hazeu op 25 augustus 2023. Betrokkene was niet verschenen op de zitting. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid van de zijruiten wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10594625 \ WM VERZ 23-474
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: de lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruiten bedraagt minder dan 55%.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de boete erg hoog is voor zo’n kleine afwijking. De lichtdoorlatendheid week maar 6% af van de 55%. De folie is bij een genomineerd bedrijf aangeschaft, aldus betrokkene.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant het volgende:
“Ik zag dat op de naast de bestuurder aanwezige zijruiten van het voertuig een folie was aangebracht waardoor deze ruiten er aanmerkelijk donkerder uitzagen dan gebruikelijk voor dit merk en type voertuig. Ik zag dat vanaf de bestuurderszitplaats het zicht door deze ruiten naar buiten ook beduidend minder was dan het zicht dat bij soortgelijke voertuigen gebruikelijk is. (…)Vervolgens heb ik, met een voor de meting gekalibreerd, NMI gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel, merk Tintman, de lichtdoorlatendheid van de zijruiten gemeten. (…) Beide zijruiten voldeden niet aan de gestelde eis en de laagste gemiddelde gemeten waarde van deze drie metingen bedroeg 44 % transmittantie. De gemiddelde gemeten waarde heb ik vervolgens gecorrigeerd met de maximale fout van 5% transmittantie. De gemiddelde gecorrigeerde waarde bedroeg derhalve: 49 % transmittantie, zijnde een waarde die lager is dan de in de regeling voertuigen opgenomen lichtdoorlatendheidseis voor deze ruiten. (…). Verklaring betrokkene: Degene waar ik dit heb gekocht zei dat het goedgekeurd was.”
De gedraging is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan. De kantonrechter overweegt daartoe dat het de verantwoordelijkheid is van de betrokkene als bestuurder dat het voertuig voldoet aan de gestelde eisen.
Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: