Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:14046

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
10594753 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard wegens parkeren zonder vergunning op vergunninghoudersplaats

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de vereiste vergunning zichtbaar te hebben. Betrokkene voerde aan dat de situatie omtrent betaald parkeren recent was gewijzigd en dat de borden pas eind maart 2023 waren geplaatst. De officier van justitie handhaafde de boete en verwees naar het feit dat het bord E9 al meerdere jaren aanwezig is, wat werd bevestigd door GoogleStreetview en de verklaring van de verbalisant.

De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, waaronder de verklaring van de verbalisant en ondersteunende foto’s, voldoende blijkt dat betrokkene zonder vergunning parkeerde. Het niet plaatsen van de vergunning of het niet op de hoogte zijn van het vereiste is voor rekening en risico van betrokkene. Het over het hoofd zien van het bord vormt geen reden om de boete te matigen.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan in de openbare zitting van 25 augustus 2023 door kantonrechter D.D.M. Hazeu. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10594753 \ WM VERZ 23-486
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er sinds februari 2023 maar zes parkeerplaatsen zijn voor betaald parkeren, terwijl het voor februari 2023 aan de gehele waterzijde voor alle parkeerplaatsen betaald parkeren was. Deze gewijzigde situatie is pas eind maart 2023 door middel van borden kenbaar gemaakt, aldus betrokkene.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Aanvullend stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat haar uit het raadplegen van GoogleStreetview is gebleken dat het bord E9 al een paar jaar ter plaatse staat. In combinatie met de verklaring van de verbalisant bestaat er geen reden tot twijfel.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant, ondersteund met foto’s – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene had een vergunning achter de voorruit moeten plaatsen. Dat zij dit niet heeft gedaan of van dit vereiste niet op de hoogte was komt voor haar rekening en risico. Dat betrokkene een bord over het hoofd heeft gezien geeft geen aanleiding om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: