ECLI:NL:RBNHO:2023:14062

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 september 2023
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
10498860 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boetes wegens onduidelijke parkeersituatie door wegwerkzaamheden

Betrokkene kreeg drie boetes opgelegd voor het parkeren op een plek waar dat niet was toegestaan vanwege een parkeerverbod (bord E1). Betrokkene stelde dat door wegwerkzaamheden in december 2021 het trottoir en de parkeerplaatsen ontbraken, waardoor het een grote zandvlakte was en hij geen vermoeden had dat parkeren verboden was.

Op de zitting gaf betrokkene aan dat hekken waren verplaatst en rijplaten lagen, waardoor het onduidelijk was waar geparkeerd mocht worden. Tevens gaf hij aan dat de boetes kort na elkaar werden opgelegd, waardoor hij geen kans had om zijn gedrag te corrigeren.

De officier van justitie erkende dat de gedraging vaststond, maar vond het onbillijk om drie boetes op te leggen en stelde voor de eerste boete te handhaven en de tweede en derde te matigen tot nihil. De kantonrechter volgde dit standpunt en matigde de boetes tot nihil, waarbij het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard en de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene werd terugbetaald.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en de betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10498860 \ WM VERZ 23-333
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 1 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod (szone)).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er ten tijde van de constatering wegwerkzaamheden waren waardoor er in de straat een trottoir en parkeerplaatsen ontbraken. Het was één grote zandvlakte voor de woning van betrokkene. Op de zitting voert betrokkene aan dat in december 2021 de hekken waren verplaatst en er allemaal rijplaten lagen. Betrokkene stelt dat hij op dat moment geen vermoeden had dat hij daar niet mocht parkeren. Tevens stelt betrokkene dat hij in één klap drie boetes heeft binnengekregen, maar niets heeft kunnen corrigeren omdat de boetes vlak na elkaar binnen kwamen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het mondelinge verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de eerste opgelegde boete in stand dient te blijven, maar de tweede en derde boete gematigd dienen te worden tot nihil. De gedraging staat wel vast, maar het is niet billijk om met betrekking tot de aangevoerde omstandigheden drie boetes op te leggen, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt dat de boete wordt gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: