ECLI:NL:RBNHO:2023:14077

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
28 februari 2024
Zaaknummer
10643626 \ WM VERZ 23-471
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens gestolen scooter bij verkeersboete doorrijden rood licht

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht. Hij stelde dat hij de overtreding niet had begaan omdat zijn scooter op dat moment gestolen was, wat hij ondersteunde met een proces-verbaal van aangifte.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde op de zitting dat uit de stukken en de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding is verricht. Betrokkene betwistte de gedraging niet, maar voerde aan dat hij niet in bezit was van de scooter.

De kantonrechter volgde het standpunt van de officier van justitie dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat de scooter gestolen was ten tijde van de overtreding. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens doorrijden bij rood licht wordt vernietigd omdat de scooter gestolen was ten tijde van de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10643626 \ WM VERZ 23-471
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheid dat zijn scooter op 8 juni 2022 is gestolen en verwijst daarbij naar het bijgevoegde proces-verbaal van aangifte. Betrokkene stelt dat hij ten tijde van deze overtreding dus niet meer in het bezit was van de scooter en hij de overtreding niet heeft begaan.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het beroepschrift en het proces-verbaal van aangifte – op het standpunt gesteld dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de scooter op het moment van de gedraging gestolen was en dus niet meer in het bezit van betrokkene was, zodat ten onrechte een boete aan betrokkene is opgelegd. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: