Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vervoeren van een passagier jonger dan drie jaar zonder gebruik van een autogordel of kinderbeveiligingssysteem. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de feitcode gewijzigd moest worden naar R535F, die betrekking heeft op het vervoeren van een passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1,35 meter zonder kinderbeveiligingssysteem. Betrokkene was niet in zijn verdediging geschaad door deze wijziging.
Verder stelde de kantonrechter vast dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord, wat volgens jurisprudentie tot compensatie leidt. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25 procent tot €112,50 en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op €418,50. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S.N. Schipper en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete gematigd tot €112,50 en de proceskosten worden vergoed.