ECLI:NL:RBNHO:2023:14134

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2023
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
10682655 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor defect achterlicht motorvoertuig binnen bebouwde kom

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat het achterlicht van zijn motorvoertuig niet brandde gelijk met het voorlicht tijdens het rijden in de nacht binnen de bebouwde kom. Betrokkene stelde dat de verbalisant eerst een waarschuwing had gegeven, maar dit werd niet bevestigd door het dossier.

De officier van justitie handhaafde de boete en vroeg de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de bestuurder verantwoordelijk is voor het voldoen aan de technische eisen van het voertuig en dat bij constatering van een defect het voertuig op een veilige plek stilgezet moet worden om het te herstellen.

Omdat de verbalisant geen waarschuwing had gegeven en betrokkene bij staandehouding cautie kreeg en om een verklaring werd gevraagd, was duidelijk dat het niet om een waarschuwing ging. De boete is daarom terecht opgelegd en er was geen reden tot matiging. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens defect achterlicht wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10682655 \ WM VERZ 23-578
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: achterlichten motorvoertuig branden niet gelijk met voorlicht, nacht/binnen bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene is aangevoerd dat de verbalisant heeft aangegeven dat zij een waarschuwing kreeg en pas de tweede keer een boete.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Voorop staat dat een bestuurder er verantwoordelijk voor is dat het voertuig te allen tijde voldoet aan de gestelde eisen. Wanneer door een defect aan een bromfiets het achterlicht niet brandt terwijl het donker is op de weg, kan aan de bestuurder een sanctie worden opgelegd als met het voertuig wordt gereden. Bij het constateren van een dergelijk defect tijdens het rijden, moet het voertuig op de eerstvolgende (veilige) plek tot stilstand worden gebracht en het defect worden hersteld.
Het is aan de verbalisant om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een boete op te leggen of te volstaan met een waarschuwong. Uit het dossier blijkt niet dat de verbalisant een waarschuwing heeft gegeven, integendeel. Bij staandehouding is de cautie gegeven en is er om een verklaring van betrokkene gevraagd. Hierdoor had betrokkene kunnen begrijpen dat het niet om een waarschuwing ging.
De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: