ECLI:NL:RBNHO:2023:14141

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2023
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
10682719 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Betrokkene en zijn gemachtigde betwistten de boete en voerden aan dat de telefoon op de schoot lag vanwege navigatie en dat betrokkene ten onrechte niet staande is gehouden.

De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat het niet mogelijk was om betrokkene veilig staande te houden omdat de verbalisanten reden in een onopvallend voertuig zonder stopmiddelen.

De verklaringen van twee verbalisanten, die de gedraging duidelijk en onbelemmerd konden waarnemen, waren overtuigend. Betrokkene ontkende de gedraging, maar dit werd door de kantonrechter niet geloofd. Er was geen reden om de boete te matigen en het beroep werd ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10682719 \ WM VERZ 23-590
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
Gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat de telefoon op de schoot van betrokkene lag tijdens het rijden vanwege de navigatie. Daarnaast is betrokkene ten onrechte niet staande gehouden.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Relevant is of artikel 5 van Pro de Wahv is geschonden. De verbalisant heeft verklaard dat de reden dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden de volgende was:
“Ik heb de bestuurder van het genoemde voertuig niet kunnen staandehouden omdat wij reden in een onopvallend dienstvoertuig zonder stoptransparant”. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet mogelijk om – op een veilige en verantwoorde wijze – rijdend in een onopvallend voertuig zonder stopmiddelen de aandacht van de bestuurder van een ander voertuig te trekken en dit is daarom geen reële mogelijkheid. Aldus biedt de verklaring van de verbalisant voldoende grond voor het oordeel dat zich in het onderhavige geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Ik zag dat de bestuurder van het genoemde voertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat het display zichtbaar was en de bestuurster haar telefoon net boven haar been vasthield. Ik heb deze waarnemingen gedaan dor het genoemde voertuig langzaam in te halen, waarbij ik 3 seconden duidelijk en onbelemmerd in het genoemde voertuig kon kijken. Uit hoge bestelauto positie waargenomen. Waargenomen door beide verbalisanten. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van twee verbalisanten – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging en voert aan dat de telefoon op de schoot lag. Dit komt feitelijk neer op een ontkenning van de gedraging. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. Verbalisanten zijn getraind om dit soort waarnemingen te doen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: