ECLI:NL:RBNHO:2023:14144

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 oktober 2023
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
10702338 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hij stelde dat het voertuig stil stond toen hij de telefoon vasthield en voerde tevens bezwaar aan tegen de handelwijze van de verbalisanten.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en handhaafde de boete. De rechtbank behandelde het beroep op 27 oktober 2023, waarbij de vertegenwoordiger van de officier van justitie en betrokkene aanwezig waren.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisanten, die zagen dat betrokkene tijdens het rijden een telefoon ongeveer 10 cm bij zijn mond hield, voldoende bewijs vormt. De ontkenning van betrokkene was onvoldoende om aan deze verklaring te twijfelen. Klachten over de bejegening van de verbalisanten waren niet relevant voor de beoordeling van de boete.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10702338 \ WM VERZ 23-600
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 27 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De heer J. Çiçek is verschenen om een nadere toelichting te geven. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat betrokkene de telefoon even in zijn hand heeft gehad om een YouTube nummer op te zetten. Het voertuig stond toen stil. Daarnaast maakt betrokkene bezwaar tegen de handelwijze van de verbalisanten.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Wij verbalisanten zagen dat betrokkene voorbij reed en een zwarte mobiele telefoon in zijn hand had. Hij hield de telefoon op 10 cm bij zijn mond vandaan. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de verklaring van de twee verbalisanten voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisanten hebben verklaard dat zij zagen dat betrokkene tijdens het rijden een telefoon in zijn hand vasthield ongeveer 10 cm bij zijn mond vandaan. Verbalisanten zijn getraind om dit soort waarnemingen te doen. Een enkele ontkenning is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te twijfelen aan deze verklaring. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De klachten van betrokkene over handelwijze/bejegening van de verbalisanten, vallen buiten deze procedure en maken niet dat de boete vernietigd moet worden of gematigd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: