ECLI:NL:RBNHO:2023:14163

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
10712145 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor rijstrookwissel zonder voorrang te verlenen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het wisselen van rijstrook zonder het andere verkeer voor te laten gaan, zoals vastgesteld door een verbalisant op een snelweg. Betrokkene betwistte de gedraging en herinnerde zich deze niet, maar kon geen concrete feiten aanvoeren die twijfel aan de verklaring van de verbalisant rechtvaardigen.

De verbalisant kon geen staandehouding verrichten omdat hij geen stopmiddelen bij zich had en het niet veilig was om dit rijdend op een snelweg te doen. De kantonrechter achtte dit een redelijke grond en vond dat de verklaring van de verbalisant voldoende was om de gedraging vast te stellen, ook zonder fotomateriaal.

Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk had verricht faalde, omdat opzet niet vereist is voor het opleggen van een boete in deze context. De kantonrechter zag geen aanleiding om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het wisselen van rijstrook zonder voorrang te verlenen wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10712145 \ WM VERZ 23-606
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 november 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij zich de gedraging niet kan herinneren. Er is niet komen vast te staan hoe hard het overige verkeer reed. Het overige verkeer had kunnen anticiperen op de handeling door het gas los te laten in plaats van te remmen. Daarnaast is onduidelijk waarom de verbalisant niet had kunnen staande houden. Op de zitting heeft betrokkene een schriftelijke toelichting overgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Relevant is of artikel 5 van Pro de Wahv is geschonden. De verbalisant heeft verklaard dat de reden dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden de volgende was:
“(…) geen stopmiddelen voorhanden (…)”. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de verbalisant geen middelen zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen voorhanden had. Bovendien is de gedraging geconstateerd op een snelweg. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet mogelijk om – op een veilige en verantwoorde wijze – rijdend in een voertuig zonder stopmiddelen de aandacht van de bestuurder van een ander voertuig te trekken en dit is daarom geen reële mogelijkheid. Aldus biedt de verklaring van de verbalisant voldoende grond voor het oordeel dat zich in het onderhavige geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat betrokkene reed op rijstrook 2. Ik zag dat betrokkene een teken gaf met zijn richtingaanwijzer naar links. Kennelijk was betrokkene voornemen om een zijdelingse verplaatsing te maken naar rijstrook één. Linksachter betrokkene, op rijstrook één reed een andere personenauto. Ik zag dat laatstgenoemde personenauto snelheid moest minderen om een aanrijding met betrokkene te voorkomen, omdat betrokkene van rijstrook twee naar rijstrook één verplaatste en daarbij de andere personenauto hinderde. (…)”
Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Van de gedraging is geen foto gemaakt. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. De kantonrechter overweegt tevens dat het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, geen doel treft. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is opzet immers niet vereist. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarnaast geven de door betrokkene opgeworpen vragen in de schriftelijke toelichting geen aanleiding om een nader proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant. De verklaring van de verbalisant is voldoende duidelijk. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene daarnaast nog heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: