Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter, die de zaak behandelde op 3 november 2023.
De kern van het geschil betrof de vraag of de boete terecht aan de kentekenhouder was opgelegd, terwijl volgens artikel 5 WAHV Pro de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd indien er een reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest. De verbalisant had de bestuurder niet staande gehouden vanwege een statische controle, zonder mogelijkheid om het voertuig te volgen en te stoppen. Echter, de verbalisant gaf geen inzicht waarom na constatering van de overtreding geen staandehouding kon plaatsvinden.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Daarom werd het beroep van betrokkene gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd en werd de betaalde zekerheidstelling terugbetaald.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op €1.284,75, verdeeld over de procedures bij de officier van justitie en de kantonrechter. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete en beslissing van de officier van justitie worden vernietigd wegens het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.