ECLI:NL:RBNHO:2023:14175

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
10755130 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende onderbouwing niet-staandehouding bij verkeersboete overschrijding snelheid

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 15 km/h. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting stelde de gemachtigde van betrokkene dat betrokkene had moeten worden staande gehouden, en dat uit de stukken niet bleek dat het een eenmanscontrole betrof. De officier van justitie stelde dat er slechts één verbalisant was, wat een eenmanscontrole impliceert, en verzocht subsidiair om aanhouding voor het opvragen van een verklaring van de verbalisant.

De kantonrechter oordeelde dat er geen reden was om de officier van justitie nogmaals in de gelegenheid te stellen nadere stukken te overleggen. Uit het dossier bleek niet waarom geen reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest. Er was geen aanvullend proces-verbaal waarin dit werd toegelicht. Daarom kon niet worden vastgesteld dat de boete terecht was opgelegd met toepassing van artikel 5 WAHV Pro. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete vernietigd.

Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 1.284,75 toegekend aan betrokkene, verdeeld over de procedures bij de officier van justitie en de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van de zekerheidstelling en de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter D.D.M. Hazeu op 15 december 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens snelheidsovertreding wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het niet-staandehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10755130 \ WM VERZ 23-688
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 december 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : mr. J. Houweling, Verkeersboete.nl te Zoetermeer.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 december 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: Overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 15 km/h.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie. De gemachtigde van betrokkene heeft gesteld dat betrokkene had moeten worden staande gehouden. Op de zitting stelt de gemachtigde dat uit de stukken niet blijkt dat het een eenmanscontrole betrof. Tevens geeft de gemachtigde aan zich te verzetten tegen een eventueel aanhoudingsverzoek van de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt zich op het standpunt dat uit het zaakoverzicht blijkt dat er maar één verbalisant betrokken was bij de controle, zodat kan worden gesteld dat het een eenmanscontrole betrof. Subsidiair verzoekt de vertegenwoordiger van de officier van justitie om aanhouding voor het opvragen van een verklaring van de verbalisant.
De kantonrechter ziet geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen om een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad.
Uit de stukken in het dossier blijkt niet waarom zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Er is ook geen aanvullend proces-verbaal waarin nader wordt ingegaan op het standpunt van betrokkene en waarin wordt toegelicht waarom geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Gelet daarop kan de kantonrechter niet vaststellen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest en moet ervan worden uitgegaan dat de boete dus ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV Pro is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.284,75. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 837,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: