ECLI:NL:RBNHO:2023:14180

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
10755107 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs parkeerboete voor onjuiste voertuigcategorie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een plek bestemd voor een andere voertuigcategorie. Betrokkene stelde dat de parkeerplaats nagenoeg leeg was en dat hij zijn auto correct in een parkeervak had geplaatst. De gemachtigde voerde aan dat een foto van de gedraging waarschijnlijk was gemaakt maar niet in het dossier aanwezig was, waardoor de gedraging onvoldoende bewezen was.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie kon geen aanvullende informatie of foto overleggen ondanks herhaalde verzoeken. De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat zonder nadere toelichting of foto de gedraging niet vastgesteld kon worden. Hierdoor kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel en werd het beroep gegrond verklaard.

De beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete werd opgelegd, werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 866,25, inclusief kosten voor zowel de procedure bij de officier van justitie als bij de kantonrechter.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter D.D.M. Hazeu en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10755107 \ WM VERZ 23-681
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 december 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : mr. M. Lagas, Appjection B.V. te Amsterdam.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 december 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat de parkeerplaats nagenoeg leeg was en dat hij zijn auto gewoon in een parkeervak heeft gezet. De gemachtigde van betrokkene stelt dat de verbalisant hoogstwaarschijnlijk een foto heeft gemaakt, maar dat deze niet in het dossier zit. Zodoende is de gedraging onvoldoende bewezen, aldus gemachtigde.
Op de zitting stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie drie maal aanvullende informatie en, indien aanwezig, een foto van de gedraging te hebben opgevraagd, maar geen reactie te hebben ontvangen. Daarom heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de gedraging niet voldoende kan worden vastgesteld.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Nu er geen nadere toelichting of een foto van de gedraging voorhanden is, kan de gedraging bij deze stand van zaken niet worden vastgesteld. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 866,25. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 866,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: