Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 12 december 2022 waarbij partijen gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan voor het overige door de griffier aantekening is bijgehouden.
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 36.997,20, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een hoofdsom van € 28.062,08 gerekend vanaf de dag van dagvaarding en tot aan de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] een bedrag van € 7.829,50
- ABT te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 36.997,20, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een hoofdsom van € 28.062,08 gerekend vanaf de dag van dagvaarding en tot aan de dag van algehele voldoening;
- ABT te veroordelen om aan [eiser] een bedrag van € 7.829,50 te voldoen;
- veroordeling in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.105,62;
- veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.
5.De beoordeling
6.De beslissing
woensdag 1 maart 2023voor het nemen van een akte door beide partijen met het in r.o. 5.12 omschreven doel,