ECLI:NL:RBNHO:2023:1480

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
10238837 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 4:97 AwbArt. 4:98 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling dwangsom bij overschrijding beslistermijn administratieve boete

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve boete bij de officier van justitie. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Betrokkene stelde dat de officier van justitie niet binnen de wettelijke termijn had beslist, waardoor een dwangsom van €992,00 plus rente verschuldigd zou zijn.

De officier van justitie erkende dat een dwangsom verschuldigd is, maar stelde dat de beslissing op 2 juni 2022 is genomen en dat de dwangsom €138,00 bedraagt. Omdat niet is ontkend dat de beslissing is ontvangen, gaat de kantonrechter ervan uit dat deze wel is ontvangen en volgt het standpunt van de officier van justitie.

De kantonrechter wijst het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af omdat deze minder dan €10,00 bedraagt en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat betrokkene niet in het gelijk is gesteld. De dwangsom wordt vastgesteld op €138,00 en de officier van justitie dient dit bedrag aan de gemachtigde van betrokkene te voldoen.

Uitkomst: De kantonrechter stelt een dwangsom van €138,00 vast en wijst verzoeken tot wettelijke rente en proceskosten af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10238837 \ WM VERZ 22-1000
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 7 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gemachtigde van betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft beslist op het beroep van de betrokkene, zodat volgens de gemachtigde gedurende 32 dagen een dwangsom is verbeurd met een totaal bedrag van € 992,00 plus wettelijke rente.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de gemachtigde gelijk heeft en er een dwangdom verschuldigd is. Echter, stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de beslissing op 2 juni 2022 is genomen en dat er een dwangsom is verschuldigd van € 138,00. Nu door gemachtigde van betrokkene niet expliciet wordt ontkend dat de beslissing van 2 juni 2022 is ontvangen, gaat de kantonrechter ervan uit dat gemachtigde van betrokkene deze beslissing wel heeft ontvangen. De kantonrechter volgt dan ook de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat op grond van artikel 4:17 Awb Pro een dwangsom verschuldigd is. De kantonrechter wijst een dwangsom toe van € 138,00.
Ten aanzien van de wettelijke rente over de dwangsom overweegt de kantonrechter dat de artikelen 4:97 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. Ingevolge artikel 4:98, tweede lid, van deze wet is de wettelijke rente niet verschuldigd als het bedrag ervan bij enige of laatste betaling minder bedraagt dan € 20,00 of als het bestuursorgaan de schuldenaar is € 10,00. De wettelijke rente over de dwangsom bedraagt minder dan € 10,00. De kantonrechter neemt daarom aan dat de wettelijke rente niet verschuldigd is. Deze zal dus niet worden toegewezen.
Met betrekking tot het verzoek om proceskosten toe te kennen overweegt de kantonrechter als volgt. De betrokkene is niet in het gelijk gesteld als bedoeld in het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336. Anders dan waar het gaat om de vaststelling van de juiste proceskostenvergoeding indien een betrokkene in het gelijk is gesteld (vergelijk het arrest van het hof van 1 april 2021, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2021:1786) staat de juiste vaststelling van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom naar het oordeel van de kantonrechter niet in zodanig verband tot het in het gelijk stellen van de betrokkene dat toekenning van een vergoeding daarvoor redelijk is. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

De uitspraak

‒ stelt de hoogte van de dwangsom vast op € 138,00 en bepaalt dat de officier van justitie dit bedrag aan de gemachtigde van betrokkene dient te voldoen;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de wettelijke rente over de dwangsom af;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: