Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 januari 2023, waarbij door [gedaagde/eiser] pleitaantekeningen zijn overlegd.
Rechtbank Noord-Holland
Gedaagde heeft zijn huurwoning en garage in gebruik gegeven aan zijn zoon, eiser. Na het beëindigen van dit gebruik ontstond een geschil over de afgifte van spullen uit de woning en garage. Eiser vorderde restitutie van diverse goederen, terwijl gedaagde een tegenvordering tot schadevergoeding instelde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser recht heeft op afgifte van bepaalde spullen, zoals bank, wasmachine, droger en tuinset, waarvoor voldoende bewijs van eigendom is geleverd. Voor andere spullen, zoals keukenapparatuur, laminaatvloer en diverse gereedschappen, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser recht heeft op afgifte, mede vanwege mogelijke vervanging of gebrek aan bewijs.
De vordering tot schadevergoeding van gedaagde werd afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen. De uitspraak werd gedaan in kort geding, waarbij verdere bewijslevering niet mogelijk was.
Uitkomst: Vordering tot afgifte van bepaalde spullen wordt gedeeltelijk toegewezen, overige vorderingen en tegenvordering afgewezen.