AirHelp vorderde compensatie van Turk Havayollari A.O. wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder betwistte de vordering met het verweer dat AirHelp rauwelijks was gedagvaard omdat de aanmaning niet namens AirHelp was verzonden en dat de passagier het vorderingsrecht niet rechtsgeldig had overgedragen.
De rechtbank stelde vast dat de overdracht van het vorderingsrecht aan AirHelp rechtsgeldig was via een ondertekend 'Assignment Form'. De kantonrechter oordeelde echter dat AirHelp onvoldoende had onderbouwd dat de aanmaning namens hen was verstuurd, waardoor de vervoerder rauwelijks was gedagvaard. Dit betekende dat AirHelp de vervoerder niet de kans had gegeven het geschil buiten rechte te regelen.
Desondanks werd de vordering deels toegewezen tot €300,00, de helft van het gevorderde bedrag, conform artikel 7 lid 2 vanPro de Verordening, vanwege de vertraging van 3 uur en 43 minuten. De wettelijke rente werd toegewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €300,- compensatie met rente, proceskosten worden gecompenseerd wegens rauwelijks dagvaarden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9577880 \ CV EXPL 21-8276 (RH)
Uitspraakdatum: 1 februari 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiser
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir (AdvocatenvanOranje)
1.Het procesverloop
1.1.
AirHelp heeft bij dagvaarding van 24 november 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
2.De feiten
2.1.
[de passagier] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier op 15 februari 2020 diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanbul Havalimani, Istanbul (Turkije), naar Ngurah Rai Airport, Denpasar Bali (Indonesië).
2.2.
De vlucht van Istanbul naar Denpasar Bali, met vluchtnummer TK66 (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen.
2.3.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3.De vordering
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 vanPro de Verordening tot een bedrag van € 600,00.
4.Het verweer
4.1.
De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de passagier haar vordering heeft overdragen middels een ‘assignment form’, ondertekend op 18 november 2021 en dat de ‘Letter Before Action’ van 19 maart 2020 namens de passagier door mr. D.E. Lof aan de vervoerder is verzonden. Ten tijde van het verzenden van deze aanmaning had mr. D.E. Lof geen volmacht van de passagier of van AirHelp om de claim te eisen AirHelp heeft daarom zonder (rechtsgeldige) aanmaning het compensatiebedrag van de vervoerder gevorderd, hetgeen inhoudt dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Hierdoor zijn de elementaire beginselen van het procesrecht geschonden. De vervoerder meent dat AirHelp om deze reden niet-ontvankelijk is in zijn vordering, dan wel dat de vordering van AirHelp dient te worden afgewezen.
4.2.
Daarnaast voert de vervoerder aan dat de hoogte van de compensatie op grond van artikel 7 lid 2 vanPro de Verordening gehalveerd dient te worden, nu de vertraging van de passagier op de eindbestemming slechts 3 uur en 43 minuten bedroeg.
5.De beoordeling
5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
De vervoerder heeft als primair verweer aangevoerd dat AirHelp niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, dan wel AirHelp de vordering dient te worden ontzegd. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder bedoelt dat AirHelp geen vorderingsrecht toekomt, nu de passagier het vorderingsrecht niet op rechtsgeldige wijze aan hem zou hebben overgedragen. De kantonrechter is echter van oordeel dat het vorderingsrecht op 18 november 2021 door de passagier, door ondertekening van het als productie 3 bij dagvaarding overgelegde “Assignment Form”, is overgedragen aan AirHelp, waardoor dit verweer van de vervoerder geen stand houdt.
5.3.
Aangezien AirHelp zich niet verzet tegen een verlaging van de compensatie van 50%, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom tot een bedrag van € 300,00 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
5.4.
Ten aanzien van de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, wordt als volgt overwogen. AirHelp heeft onvoldoende onderbouwd dat de aanmaning van 19 maart 2020 ook mede namens AirHelp is verstuurd. Het voorgaande betekent dat de aanmaning door de verkeerde partij aan de vervoerder is verzonden. Niet gebleken is dat AirHelp nadat het vorderingsrecht aan hem is overgedragen nogmaals een aanmaning heeft gestuurd. Het had op de weg van AirHelp gelegen om de vervoerder een (juiste) aanmaning namens de (juiste) eisende partij te sturen voordat de gerechtelijke procedure werd opgestart. De kantonrechter oordeelt dat AirHelp door zijn werkwijze en proceshouding, waarbij AirHelp op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen en de vervoerder dus rauwelijks is gedagvaard.
5.5.
De kantonrechter ziet gelet op het voorgaande aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
6.De beslissing
De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2020 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.