ECLI:NL:RBNHO:2023:1886
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter niet bevoegd in luchtvaartvordering tegen passagier
De zaak betreft een verzetprocedure van EasyJet Airline Company Limited tegen een passagier woonachtig in Nederland. EasyJet vorderde iets bij verstek, maar de passagier betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. In een tussenvonnis kreeg de passagier gelegenheid om zich uit te laten over de rechterlijke bevoegdheid, waarop zij reageerde met een beroep op het Redher-arrest en de vestiging van de vervoerder op Schiphol.
De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat de passagier vertrok vanaf Amsterdam-Schiphol Airport en dat EasyJet een kantoor had op Schiphol niet betekent dat de vervoersovereenkomst is gesloten door de zorg van die vestiging. Er is geen onderbouwing dat het kantoor van de vervoerder op Schiphol betrokken was bij de overeenkomst. EasyJet heeft geen beroep gedaan op onbevoegdheid, maar de rechter moet dit ambtshalve toetsen.
Op grond van artikel 33, eerste lid, van het Verdrag van Montreal en artikel 26 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 is er geen aanknopingspunt voor Nederlandse rechterlijke bevoegdheid. Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd, vernietigt het verstekvonnis en veroordeelt de passagier tot betaling van proceskosten en nakosten met rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en vernietigt het verstekvonnis.