ECLI:NL:RBNHO:2023:1888

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
9381600 \ CV FORM 21-5380
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 Verdrag van MontrealArt. 26 Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nederlandse rechter onbevoegd in luchtvaartclaim tegen TAP Air Portugal

De passagiers hebben een vordering ingesteld tegen TAP Air Portugal, een buitenlandse luchtvaartmaatschappij, bij de rechtbank Noord-Holland. De kantonrechter heeft in een tussenbeschikking de passagiers de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, maar zij hebben niet gereageerd.

De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 33, eerste lid, van het Verdrag van Montreal geen bevoegdheid van de Nederlandse rechter bestaat. Ook biedt het Verdrag geen aanknopingspunt voor bevoegdheid op grond van artikel 26 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012. Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

De proceskosten worden aan de passagiers opgelegd, waaronder het salaris van de gemachtigde van de vervoerder en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van de beschikking. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en veroordeelt de passagiers tot betaling van proceskosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9381600 \ CV FORM 21-5380
Uitspraakdatum: 22 februari 2023
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]beiden wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TAP Air Portugal
gevestigd te Lissabon (Portugal)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. P.C.X. de Leede en mr. L.E. Schalk

1.Het verdere procesverloop

1.1.
In de tussenbeschikking van 28 september 2022 (hierna: de tussenbeschikking) zijn de passagiers in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. De passagiers hebben niet gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in de tussenbeschikking is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.2.
Er is op basis van artikel 33, eerste lid, van het Verdrag van Montreal geen aanknopingspunt voor bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Het Verdrag van Montreal bevat ook geen regeling als bedoeld in artikel 26 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren.
2.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter moeten de proceskosten bij deze uitkomst voor rekening van de passagiers komen en dienen ook de nakosten voor rekening van de passagiers te komen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
3.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 199,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 99,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open