Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2023 in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Art. 7:2
Art. 7:4
70.738
204.872
60.349
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een besloten vennootschap met activiteiten in onroerend goed en deelnemingen, maakte bezwaar tegen aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) over 2010, 2011 en 2012, waarbij correcties op grond van artikel 10d Wet Vpb waren toegepast. De rechtbank beoordeelde of verweerder de hoorplicht en het inzagerecht had geschonden en of de correcties terecht waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht niet had geschonden, aangezien eiseres diverse keren de mogelijkheid tot horen en inzage van stukken werd geboden, maar zij hier niet op inging. Het vermoeden dat de Zwitserse entiteit E een met eiseres verbonden lichaam is, werd niet ontzenuwd, waardoor de renteaftrek terecht werd geweigerd. Verder werden de overige correcties en aftrekposten door de rechtbank afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en veroordeelde verweerder en de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de overschrijding deels aan eiseres werd toegerekend. Daarnaast werd het griffierecht aan eiseres vergoed. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de aanslagen vennootschapsbelasting 2010-2012 worden ongegrond verklaard en verweerder en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding.