De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 februari 2023 in een civiele procedure het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen toegewezen. De kinderen zijn sinds april 2018 uit huis geplaatst en verblijven bij hun oom. De Raad concludeert dat de ouders niet in staat zijn de verzorging en opvoeding op zich te nemen en dat de kinderen bij de oom stabiel en veilig opgroeien.
De ouders betwisten het verzoek en vragen onder meer om een contra-expertise, maar de rechtbank wijst dit af vanwege het belang van de kinderen bij rust en continuïteit. De Raad en de pleegouder ondersteunen het verzoek en benadrukken de noodzaak van duidelijkheid voor de kinderen. De rechtbank oordeelt dat het rapport van de Raad voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid en dat het verzoek ontvankelijk is.
De rechtbank overweegt dat het belang van de kinderen bij stabiliteit en zekerheid voorop staat, dat de ouders geen openheid geven en niet samenwerken, en dat de kinderen zich goed ontwikkelen bij de oom. Daarom wordt het gezag van de ouders beëindigd en wordt de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering als voogd benoemd. Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen. De rechtbank benadrukt het belang van contact tussen kinderen en ouders en moedigt een omgangsregeling aan.