ECLI:NL:RBNHO:2023:2218
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag vader over minderjarige wegens verblijf in buitenland en contactproblemen
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen een minderjarig kind. Na de echtscheiding bleef het gezamenlijk gezag over het kind bestaan, waarbij de moeder de hoofdverblijfplaats heeft. De vader verblijft in het buitenland en wisselt regelmatig van telefoonnummer, waardoor contact met hem nauwelijks mogelijk is. Dit belemmert het gezamenlijk nemen van belangrijke beslissingen over het kind, zoals schoolkeuze en medische zorg.
De moeder draagt momenteel volledig zorg voor het kind en ondervindt praktische problemen door de afwezigheid van de vader, bijvoorbeeld bij het vernieuwen van reisdocumenten. De vader wenst afstand te doen van het gezag en heeft al ruim een jaar geen contact met het kind. De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunt het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is. Er is een onaanvaardbaar risico dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders en dat noodzakelijke beslissingen niet tijdig genomen kunnen worden. Daarom wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en wordt het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door partijen binnen drie maanden na uitspraak worden bestreden door hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen.