ECLI:NL:RBNHO:2023:2226
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling kinderbijdrage over periode 2013-2017 wegens onvoldoende onderbouwing
De man verzocht de rechtbank om de beschikking uit 1999 te wijzigen zodat de kinderbijdrage over de periode 2013 tot en met 2017 op nihil of een lager bedrag zou worden vastgesteld. Hij stelde dat zijn inkomen in die periode vrijwel ontbrak door beslaglegging en dat hij tevens onderhoudsplicht had voor een kind uit een andere relatie. De vrouw, zoon en dochter voerden verweer en stelden dat de man hen eerder had moeten informeren en dat hij onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een wijziging van omstandigheden, maar dat het verzoek van de man onvoldoende onderbouwd was. Hij had pas in 2022 een verzoek ingediend over een periode die ver in het verleden lag, waardoor verweerders niet meer volledig inzicht konden geven in hun financiële situatie. De man had onvoldoende financiële stukken overgelegd en zijn stelling over psychische klachten onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de man onvoldoende had aangetoond dat zijn draagkracht destijds zodanig was dat de vastgestelde kinderbijdrage niet langer in overeenstemming was met de wettelijke maatstaven. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. De beschikking werd op 14 maart 2023 uitgesproken door rechter M.A.J. Berkers.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot nihilstelling van de kinderbijdrage over 2013-2017 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.