Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en verzoeken de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank stelt vast dat het verzoek toewijsbaar is, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, omdat de man dit voldoende heeft gemotiveerd.
De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de vrouw vastgesteld, en een zorgregeling wordt overeengekomen waarbij het kind zelf aangeeft wanneer contact met de man plaatsvindt. De vrouw krijgt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor zes maanden toegewezen, omdat onmiddellijke verkoop haar en de kinderen in een noodsituatie zou brengen, ondanks het belang van de man bij spoedige verkoop vanwege zijn gezondheid en financiële situatie.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af om de verdeling van de woning uit te stellen en bepaalt dat de woning aan een derde moet worden verkocht. De man moet een kinderbijdrage van €351 per maand betalen, berekend aan de hand van Tremanormen en rekening houdend met zorgkorting. Diverse verzoeken van de vrouw met betrekking tot advocaatkosten en leningen van haar vader worden afgewezen, omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat deze kosten en schulden nog bestaan of toebehoren aan de gemeenschap.