Partijen, die van 2008 tot augustus 2021 een affectieve relatie hadden, hebben twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De hoofdverblijfplaats is bij de vrouw. Op 26 oktober 2021 is een ouderschapsplan opgesteld met afspraken over zorg en kosten.
De man verzoekt een zorgregeling waarbij de kinderen om de week wisselen met overdracht op zondagmiddag, en een kinderbijdrage van €590 tot €690 per maand. De vrouw verzet zich en vraagt om afwijzing van de verzoeken, of subsidiair een zorgregeling met verblijf eens in de veertien dagen en een lagere kinderbijdrage.
Op de zitting van 14 maart 2023 zijn partijen overeengekomen om via het lokale team van de gemeente en het Uniform Hulpaanbod te werken aan verbetering van de oudercommunicatie en geschiloplossing. De rechtbank stelt een tijdelijke zorgregeling vast waarbij de kinderen eens in de twee weken van vrijdag tot maandag bij de man verblijven.
De beslissing over de zorgregeling en kinderbijdrage wordt aangehouden tot 14 september 2023, waarbij partijen schriftelijk moeten rapporteren over het hulptraject en de tijdelijke regeling. De rechtbank zal daarna de verdere procedure bepalen.