ECLI:NL:RBNHO:2023:2634
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervanging gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling minderjarige
De vader verzocht de kinderrechter om de gecertificeerde instelling (GI) te vervangen die belast is met de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige dochter sinds het overlijden van haar moeder. Hij stelde dat de samenwerking met de GI onwerkbaar is en dat de GI zich star opstelt, waardoor het belang van zijn dochter niet wordt gediend. De vader voelde zich niet serieus genomen en vond dat de GI zijn rol en visie niet respecteerde.
De GI betwistte deze beschuldigingen en gaf aan dat zij de beschikking van de kinderrechter naar eer en geweten uitvoert en dat de samenwerking met de vader wordt belemmerd door zijn verzet tegen het netwerk van de minderjarige. De minderjarige en haar halfbroer steunden de GI en gaven aan dat de hulp en praktische ondersteuning door de GI bijdragen aan haar welzijn.
De kinderrechter stelde vast dat hoewel de relatie tussen de vader en de GI slecht is, het belang van de minderjarige vereist dat de huidige GI betrokken blijft. Vervanging zou leiden tot verstoring en vertraging van de hulpverlening. De minderjarige ervaart steun bij de GI en haar netwerkpleeggezin. De kinderrechter benadrukte het belang van samenwerking van de vader met de GI en gaf aan dat systeemtherapie en een perspectiefonderzoek door Kenter Jeugdhulp zullen bijdragen aan het vinden van een passende oplossing.
Het verzoek tot vervanging van de GI werd daarom afgewezen. De kinderrechter sprak de hoop uit dat de vader zijn patroon van conflict met instanties zal doorbreken en constructief zal meewerken aan het belang van zijn dochter.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vervanging van de gecertificeerde instelling wordt afgewezen vanwege het belang van de minderjarige en continuïteit van de hulp.