ECLI:NL:RBNHO:2023:2696
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake vaststelling wettelijke verdeling nalatenschap
Op 22 maart 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland een vonnis gewezen in een bevoegdheidsincident tussen eiseres en gedaagde, testamentair bewindvoerder van een nalatenschap. Eiseres vorderde onder meer inzage in documenten en betaling van een geldbedrag uit hoofde van de wettelijke verdeling van de nalatenschap van erflater.
De rechtbank stelde vast dat de vorderingen van eiseres betrekking hebben op de vaststelling van haar geldvordering op gedaagde als langstlevende echtgenote, gebaseerd op artikel 4:13 BW Pro en dat de kantonrechter exclusief bevoegd is om hierover te oordelen volgens artikel 4:15 lid 1 BW Pro. Tevens oordeelde de rechtbank dat de procedure onjuist is ingeleid via dagvaarding in plaats van verzoekschrift, waardoor de procedure moet worden voortgezet als verzoekschriftprocedure.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar de kamer voor kantonzaken. Eiseres werd bevolen het inleidend processtuk te verbeteren en kreeg gelegenheid haar stellingen aan te passen. Tevens werd eiseres veroordeeld in de proceskosten van het incident. Het griffierecht wordt verlaagd en het teveel betaalde bedrag teruggestort.
De beslissing houdt iedere verdere beslissing aan, waarmee de procedure wordt voortgezet onder de juiste procesvorm en bevoegde rechter.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter; de procedure wordt voortgezet als verzoekschriftprocedure.