Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd en stelde daartegen beroep in bij de officier van justitie. De officier van justitie kende een proceskostenvergoeding toe voor 14 zaken die als samenhangend werden beschouwd. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de kantonrechter, stellende dat de zaken niet samenhangend waren vanwege verschillende feitcodes, rechtsvragen en pleeglocaties.
Op de zitting van 31 januari 2023 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, die stelde dat de zaken niet samenhangend waren en verzocht het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter volgde dit standpunt en vernietigde de beslissing van de officier van justitie over de proceskostenvergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat voor de fase van het administratief beroep een hogere proceskostenvergoeding van € 298,50 toekwam, gebaseerd op één proceshandeling en een wegingsfactor van 0,5. Voor de fase bij de kantonrechter werd een vergoeding van € 313,88 toegekend, omdat vier zaken als samenhangend werden beschouwd met een wegingsfactor van 1,5 en een zeer licht gewicht.
De kantonrechter veroordeelde de officier van justitie tot vergoeding van in totaal € 612,38 aan betrokkene en bepaalde dat het Centraal Justitieel Incassobureau dit bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal uitbetalen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De kantonrechter kent een hogere proceskostenvergoeding van € 612,38 toe en vernietigt de eerdere beslissing van de officier van justitie.