Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Feiten
€ 167.725,00aan de Staat ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. Na het cassatieberoep is de ontnemingsmaatregel op 26 juni 2018 onherroepelijk geworden.
€ 166.250,00.
Rechtbank Noord-Holland
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van ruim €166.000 aan de Staat. Tot 15 februari 2023 heeft hij slechts €1.475 betaald. De officier van justitie verzocht om machtiging tot gijzeling voor 540 dagen wegens niet-nakoming van de betalingsverplichting.
De veroordeelde stelde dat hij niet in staat is te betalen vanwege detentie, een strafblad dat het verkrijgen van een VOG belemmert, dakloosheid en een laag inkomen sinds november 2021. Hij heeft sindsdien wel betalingen verricht, die ongeveer een derde van zijn inkomen bedragen.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende stukken heeft overgelegd om betalingsonmacht aannemelijk te maken, ondanks meerdere kansen hiertoe. Daarom is de vordering tot gijzeling in beginsel toewijsbaar. Gezien het doel van de gijzeling en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, werd de machtiging echter slechts voor 30 dagen verleend.
Uitkomst: De rechtbank machtigt gijzeling voor de duur van 30 dagen wegens niet-betaling van het ontnemingsbedrag.