Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
- Iedere ouder heeft [de minderjarige] drie aaneengesloten weken bij zich in de zomervakantie. [de minderjarige] is in de zomervakantie bij de vrouw wanneer de oudere kinderen van de vrouw ook bij haar verblijven. Dit is afwisselend de eerste drie weken en de laatste drie weken van de zomervakantie.
- [de minderjarige] is de eerste week van de kerstvakantie bij de vrouw en de tweede week bij de man.
- In de andere vakanties loopt de reguliere omgangsregeling door, met dien verstande dat hiervan in onderling overleg tussen partijen kan worden afgeweken in de herfst- en meivakanties omdat de vrouw dan vrij is en dus extra mogelijkheden heeft om [de minderjarige] op te vangen.
- [de minderjarige] verblijft het ene jaar de eerste kerstdag bij de vrouw en de tweede kerstdag bij de man, en in het andere jaar andersom.
- [de minderjarige] verblijft tijdens oud en nieuw en aansluitend op haar verjaardag het ene jaar bij de vrouw en het andere jaar bij de man.
- Op 11 november (Sint Maarten) verblijft [de minderjarige] het ene jaar bij de ene ouder en het andere jaar bij de andere ouder.
- Tijdens de intocht van Sinterklaas verblijft [de minderjarige] het ene jaar bij de ene ouder en het andere jaar bij de andere ouder.
- Op Koningsdag verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren bij de man en in de even jaren bij de vrouw.
- Tijdens Pasen en Pinksteren verblijft [de minderjarige] het ene jaar bij de ene ouder en het andere jaar bij de andere ouder.
- Op Vaderdag verblijft [de minderjarige] bij de man en op Moederdag verblijft [de minderjarige] bij de vrouw.
- [de minderjarige] verblijft bij een ouder in het weekend dat deze ouder zijn of haar verjaardag viert. Dit geldt ook voor de verjaardagen van [naam] , [naam] en [naam] ;