De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de man om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind. De vrouw voert aan dat de man onvoldoende verantwoordelijkheid neemt en niet gemotiveerd is voor gezamenlijk gezag. De man wil gezag enkel voor het geval dat de vrouw iets overkomt. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van betrokkenheid van beide ouders en een verbeterde communicatie.
De rechtbank oordeelde dat het huidige evenwicht tussen partijen, waarin de vrouw de beslissingen neemt en een omgangsregeling bestaat die goed wordt nagekomen, niet verstoord mag worden. Het verzoek om gezamenlijk gezag werd daarom afgewezen in het belang van het kind.
De omgangsregeling werd vastgesteld zoals deze in de praktijk wordt uitgevoerd: het kind verblijft om de twee weken in het weekend bij de man. Een uitbreiding van de omgang naar maandag werd afgewezen vanwege praktische bezwaren en mogelijke verstoring van de verstandhouding.
Ten aanzien van vakanties en feestdagen werd de regeling deels aangepast. De zomervakantie wordt gelijk verdeeld met drie aaneengesloten weken bij iedere ouder, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van oudere kinderen bij de vrouw. De kerstvakantie wordt verdeeld in twee weken, waarbij het kind de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man verblijft. De verjaardag van het kind wordt niet gezamenlijk gevierd om conflicten te voorkomen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.