ECLI:NL:RBNHO:2023:3148

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
10300529 \ WM VERZ 23-149
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratieve boete wegens te laat ingediend beroepschrift

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens 13 km per uur te hard rijden op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie. Dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.

Betrokkene voerde aan dat hij eerder al op 8 mei 2022 beroep had ingesteld, maar dat dit niet was ontvangen. Dit eerdere beroepschrift was echter ook te laat, waardoor de termijnoverschrijding niet werd opgeheven. Betrokkene stelde tevens dat de door de Koning uitgevaardigde wetten ongeldig zouden zijn, waardoor termijnen niet zouden gelden, maar dit werd door de kantonrechter niet aanvaard.

De kantonrechter oordeelde dat hij alleen mocht toetsen of het beroep bij de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Omdat geen geldige reden voor het te laat indienen was gegeven, werd het beroep ongegrond verklaard en kwam de kantonrechter niet toe aan inhoudelijke behandeling van de boete.

De uitspraak werd op 10 maart 2023 gedaan door kantonrechter M.P.E. Oomens. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger is dan €110,00.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te laat ingediend beroepschrift zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10300529 \ WM VERZ 23-149
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 13 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Het beroep bij de officier van justitie is te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 6 juli 2022, terwijl dat beroep uiterlijk op 13 oktober 2021 ontvangen had moeten zijn. Betrokkene heeft aangegeven dat hij op 8 mei 2022 reeds beroep had ingesteld, maar dat dit blijkbaar niet door de officier van justitie is ontvangen. Hij heeft dit stuk ook meegezonden bij zijn beroepschrift. Als het eerdere beroepschrift van 8 mei 2022 wél door de officier van justitie was ontvangen, was dit echter net zo goed te laat geweest, nu het beroepschrift vóór 13 oktober 2021 ontvangen had moeten zijn. Dit maakt de zaak dan ook niet anders. Er kan vastgesteld worden dat het beroepschrift te laat is ingekomen. De officier van justitie heeft vanwege het te laat ontvangen van het beroepschrift, dit niet-ontvankelijk verklaard.
De regels met betrekking tot het tijdig indienen van een beroepschrift zijn heel strikt, maar artikel 6:11 Awb Pro (Algemene Wet Bestuursrecht) geeft aan dat een beroepschrift, ondanks het feit dat dit te laat is ontvangen, tóch ontvankelijk kan worden verklaard als redelijkerwijs niet gezegd kan worden dat betrokkene in verzuim is geweest.
In zowel het beroepschrift aan de officier van justitie, als in het beroepschrift aan de kantonrechter, wordt geen verklaring gegeven waaróm het beroepschrift aan de officier van justitie te laat is ingediend. Betrokkene gaat enkel in op de – volgens hem – ongeldigheid van door de Koning uitgevaardigde wetten. Hierdoor gelden termijnen niet, en dienen boetes geseponeerd te worden.
De kantonrechter is in deze zaak enkel bevoegd om te beoordelen of het beroep door de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk is verklaard, en – zo nee – alsnog te beoordelen of de boete terecht is opgelegd. Nu er geen reden voor het te laat indienen van het beroepschrift is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat de officier van justitie het beroepschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling van het beroep komt de kantonrechter dan ook niet toe.
Het beroep aan de kantonrechter wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: