ECLI:NL:RBNHO:2023:3150

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
10300565 \ WM VERZ 23-150
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens twijfel over verboden inhaalactie via uitvoegstrook

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rechts inhalen op een plek waar dat verboden is. Betrokkene stelde dat hij deze gedraging niet had verricht en ging in beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. De officier van justitie vond de verklaring van de verbalisant verwarrend en erkende dat er twijfel bestond over de feitelijke gedraging.

De kantonrechter oordeelde dat het mogelijk was dat betrokkene op de uitvoegstrook reed en daarna via een blokmarkering naar een andere rijstrook ging, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat er sprake was van een verboden inhaalactie. Hierdoor werd de boete als ten onrechte opgelegd beschouwd.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene moest worden terugbetaald. De uitspraak werd op 10 maart 2023 gedaan door kantonrechter M.P.E. Oomens in Haarlem.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens twijfel over de feitelijke gedraging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10300565 \ WM VERZ 23-150
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: rechts inhalen waar dat verboden is.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat zij de verklaring van de verbalisant verwarrend vond, en dat hierdoor twijfel is ontstaan. Doordat het goed kan zijn geweest dat betrokkene op de uitvoegstrook reed (meest rechts gelegen baan), rechts voorbij een ander voertuig reed en daarna via het overschrijden van blokmarkering naar de meest links gelegen baan is gegaan, is de gedraging niet vast te stellen. Zij verzoekt de kantonrechter dan ook om het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter is het met de officier van justitie eens. Hierdoor moet worden vastgesteld dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: