ECLI:NL:RBNHO:2023:3184
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen belastingaanslag zonder tijdige ondertekende ouderverklaring
Eiser maakte aanspraak op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) voor het jaar 2018, welke aanvankelijk werd geweigerd door verweerder vanwege het ontbreken van een door beide ouders ondertekende verklaring over het verblijf van hun dochter. Tijdens een lopend hoger beroep over eerdere jaren overhandigde eiser een dergelijke verklaring aan het Hof, die deze vervolgens aan verweerder doorstuurde.
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag 2018 en nam deel aan een hoorgesprek, maar zijn gemachtigde meldde de ondertekende ouderverklaring niet. Verweerder handhaafde de aanslag en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af, stellende dat geen sprake was van een aan hem toe te rekenen onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat de ondertekende verklaring pas na het opleggen van de aanslag bestond en dat het niet melden daarvan tijdens het hoorgesprek de reden was dat de aanslag niet werd verminderd. Dit was het gevolg van het handelen van eiser en zijn gemachtigde, niet van verweerder. Daarom was geen recht op proceskostenvergoeding voor bezwaar of beroep. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de ondertekende ouderverklaring bij het opleggen van de aanslag nog niet bestond en niet is gemeld tijdens het hoorgesprek.