The Lake Hotel B.V. heeft een vordering ingesteld tegen twee gedaagden en tevens incidenteel voeging gevorderd van deze zaak met een andere zaak wegens verknochtheid. De gedaagden stelden dat de kantonrechter niet bevoegd was voor een deel van de vorderingen en maakten bezwaar tegen de voeging.
De kantonrechter verklaarde zich bevoegd omdat de koop van de hotelonderneming en de huur van het bedrijfsruimte onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zoals blijkt uit de koopovereenkomst. De samenhang tussen de overeenkomsten rechtvaardigt dat de vorderingen niet afzonderlijk worden behandeld.
De gevorderde voeging werd afgewezen omdat de andere zaak op verzoek van partijen was doorgehaald, waardoor voeging niet mogelijk was. De proceskosten van het incident tot voeging worden aan The Lake Hotel opgelegd, terwijl de kosten van het incident tot bevoegdheid aan de gedaagden worden toegewezen.
De zaak is verwezen naar een rolzitting voor beraad op 26 april 2023. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken.