Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
Ten aanzien van [eiser 2]
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of twee onderaannemers tekort waren geschoten bij het vastzetten van de hoeken van een beschoeiing in een tuin. De hoofdaannemer had hen in vrijwaring gedagvaard wegens vermeende fouten die tot schade hadden geleid. De onderaannemers waren bij verstek veroordeeld, maar kwamen in verzet.
De kantonrechter stelde vast dat de hoeken volgens de geëigende methode met slotbouten waren bevestigd, conform de instructies en materialen van de hoofdaannemer. De door de hoofdaannemer overgelegde foto's boden onvoldoende bewijs voor een andere wijze van bevestiging. Ook het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het risico van onredelijke vertraging.
Het verzet van de onderaannemers werd gegrond verklaard, waardoor het verstekvonnis werd vernietigd en de oorspronkelijke vordering werd afgewezen. De hoofdaannemer werd veroordeeld tot terugbetaling van het door een onderaannemer betaalde bedrag met rente. Daarnaast werd de hoofdaannemer veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.
Uitkomst: Het verzet van de onderaannemers is gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen; de hoofdaannemer moet het betaalde bedrag terugbetalen met rente.