ECLI:NL:RBNHO:2023:3321
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en overschrijding redelijke termijn in IVA/WGA-uitkering
Eiser, voormalig arts-onderzoeker, kreeg aanvankelijk een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid toegekend. Na deskundigenonderzoek trok het UWV deze uitkering in en kende een WGA-uitkering toe, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 47,95% per 11 maart 2015.
De rechtbank benoemde onafhankelijke deskundigen die eiser onderzochten, waaronder een psychiater en een neuropsycholoog. Hun rapportages concludeerden dat er per datum in geding geen beperkingen waren in persoonlijk en sociaal functioneren als gevolg van psychiatrische stoornissen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep paste de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aan zonder beperkingen in deze rubrieken.
Eiser betwistte dit, stellende dat de onderzoeken niet relevant waren voor de datum in geding en dat beperkingen wel aanwezig waren. De rechtbank volgde echter de deskundigenrapporten als overtuigend en oordeelde dat de FML juist was vastgesteld. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de totale duur van bezwaar- en beroepsprocedure de redelijke termijn van twee jaar aanzienlijk overschreed, waardoor eiser recht heeft op een schadevergoeding van €6.000,-. De toerekening van de overschrijding werd verdeeld tussen het UWV en de Staat. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken van de IVA-uitkering en toekenning van de WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard; eiser ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.