Eiser heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem maatschappelijke opvang en trajectbegeleiding OGGZ aangevraagd. Het college kende deze toe, maar verweerde zich tegen het bezwaar van eiser. De rechtbank oordeelt dat voorafgaand aan het toekenningsbesluit geen zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden naar de concrete hulpvraag en behoeften van eiser, zoals vereist volgens artikel 2.3.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank stelt vast dat de indeling van eiser in de OGGZ-doelgroep niet zorgvuldig is gemotiveerd en dat eiser niet adequaat is geïnformeerd over de gevolgen van deze indicatie. Eiser ontkent psychiatrische klachten te hebben en wenst geen begeleidingstraject. De rechtbank benadrukt dat het college had moeten onderzoeken of een maatwerkvoorziening zonder begeleiding passend was, in samenspraak met eiser.
Gelet op het ontbreken van een adequaat onderzoek en motivering vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit. Omdat eiser inmiddels naar een andere gemeente is verhuisd, wordt geen nieuwe beslissing opgelegd. De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van proceskosten aan eiser.