ECLI:NL:RBNHO:2023:3455

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
10055670 \ CV FORM 22-4879
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen compensatie bij uitgevoerde vlucht ondanks annuleringsmelding

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam naar Lissabon op 29 augustus 2020. Zij vorderen compensatie op grond van de EU Verordening 261/2004 wegens een vermeende annulering van deze vlucht.

De vervoerder betwist dat sprake is van annulering en legt een vluchtrapport over waaruit blijkt dat de vlucht daadwerkelijk is uitgevoerd. Tevens wijst de vervoerder erop dat de annulering door de reisagent is gedaan, niet door de vervoerder.

De kantonrechter stelt vast dat de vlucht is uitgevoerd en dat de passagiers onvoldoende bewijs leveren voor een annulering in de zin van de Verordening. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten en nakosten.

De beschikking is gegeven door kantonrechter S.N. Schipper en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wordt afgewezen omdat de vlucht is uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10055670 \ CV FORM 22-4879
Uitspraakdatum: 5 april 2023
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]beiden wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: EUclaim B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TAP Air Portugal
gevestigd te Lissabon (Portugal)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.A. Pluijm en mr. L.E. Schalk (Russell Advocaten)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 17 augustus 2022;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 17 oktober 2022.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Lisboa Airport (Lissabon, Portugal) op 29 augustus 2020 met vlucht TP2885, hierna: de vlucht.
2.2.
EUclaim B.V. heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder verzocht.
2.3.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- primair € 181,50, subsidiair € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 maart 2021 tot de datum van betaling van de kosten;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).
3.3.
De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door de vervoerder van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.
3.4.
De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan de passagiers om te stellen en te bewijzen dat sprake is van een annulering in de zin van de Verordening. De passagiers hebben gesteld dat zij op 27 augustus 2020 een bericht hebben ontvangen dat hun gehele boeking is geannuleerd. Ter onderbouwing verwijzen de passagiers naar de annuleringsmail van CheapTickets van 27 augustus 2020 waarin onder meer staat vermeld: “
We hebben het bericht van de luchtvaartmaatschappij doorgekregen dat je geboekte vlucht(en) helaas zijn geannuleerd. We hebben geen alternatief ontvangen. We begrijpen dat het vervelend is dat je reisplannen niet door kunnen gaan”.
4.3.
De vervoerder betwist dat de vlucht is geannuleerd en heeft daartoe aangevoerd dat de vlucht is uitgevoerd, hetgeen blijkt uit het vluchtrapport (productie 1 bij het verweerschrift). Ook verwijst de vervoerder naar productie 15 die de passagiers bij het verzoekschrift hebben overgelegd. Uit dit overzicht blijkt dat de vlucht in kwestie op 29 augustus 2022 volgens planning is uitgevoerd, aldus de vervoerder. Tevens heeft de vervoerder aangevoerd dat op initiatief van de reisagent de boeking van de passagiers is geannuleerd. Hierbij verwijst de vervoerder naar de PNR-gegevens van de passagiers waarin code HK2 staat genoemd. Code HK2 duidt volgens de vervoerder erop dat de reisagent de vlucht heeft geannuleerd.
4.4.
Met de vervoerder is de kantonrechter van oordeel dat in het onderhavige geval geen sprake is geweest van een annulering in de zin van de Verordening. De vervoerder heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de vlucht in kwestie is uitgevoerd. Dit blijkt overigens ook uit het door de passagiers overgelegde overzicht bij het verzoekschrift (productie 15 bij het verzoekschrift). Aldus heeft de vervoerder de stelling van de passagiers gemotiveerd weersproken. De passagiers kunnen daarom geen aanspraak maken op compensatie. Het verzochte wordt dan ook afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente over de proces- en de de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 132,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open