ECLI:NL:RBNHO:2023:3466

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
9331619 \ CV EXPL 21-4672
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim passagiers wegens buitengewone omstandigheden bij vluchtvertraging

De passagiers vorderden compensatie van de vervoerder Deutsche Lufthansa AG wegens een vertraagde vlucht van Amsterdam naar Frankfurt, waardoor zij hun aansluitende vlucht naar Shanghai misten. De vertraging bedroeg meer dan drie uur op de eindbestemming, wat in beginsel recht geeft op compensatie volgens Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties opgelegd door de luchtverkeersleiding, die de uitvoering van een rotatievlucht beïnvloedden. De rechtbank oordeelde dat deze restricties inderdaad buitengewone omstandigheden vormen, ook al waren er deels ook niet-buitengewone vertragingen.

Verder stelde de rechtbank vast dat de passagiers hun aansluitende vlucht zonder deze buitengewone omstandigheden wel hadden gehaald en dat de vervoerder redelijke maatregelen had genomen, zoals het inplannen van een buffer en het omboeken naar de eerstvolgende vlucht. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen.

De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, met wettelijke rente. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging is afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden en redelijke maatregelen door de vervoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9331619 \ CV EXPL 21-4672
Uitspraakdatum: 5 april 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[passagier sub 1]

2.
[passagier sub 2]
beiden wonende te [woonplaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
statutair gevestigd te Keulen (Duitsland) en kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. E.A. Pluijm & mr. L.E. Schalk (Russell Advocaten)

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 13 april 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Frankfurt International Airport (Duitsland) naar Pu Dong Airport (Shanghai, China) op 22 mei 2019 en op 23 mei 2019.
2.2.
Vlucht LH993 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Frankfurt International Airport (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagiers hun aansluitende vlucht naar China hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij meer dan vier uur later zijn aangekomen op de overeengekomen eindbestemming.
2.3.
EUclaim B.V. heeft namens de passagier compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 mei 2019, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 217,80 dan wel € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden.
4.3.
De vraag die voorligt is of de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.4.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de onderhavige vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Bologna-Frankfurt-Amsterdam-Frankfurt (vluchten LH283, LH992 en LH993). De vluchten zijn met hetzelfde toestel, toestel DAINJ, uitgevoerd. De luchtverkeersleiding heeft aan voornoemde vluchten restricties opgelegd – hetgeen blijkt uit de vertragingscodes 81, 83 en 89 - waardoor de vluchten vertraagd zijn uitgevoerd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar de
Slot Allocation Messages(SAM) en de
Slot Revision Messages(SRM) van de hiervoor genoemde vluchten.
Code 81 staat voor
ATFM due do ATC en-route demand/ capacity, Standard Demand/ Capcity Problems, code 83 staat voor
ATFM Due To Restriction At Destination Airport, Airport And/ Or Runway Closed Due To Obstruction, Industrial Action, Staff Shortage, Plitical Unrest, Noise Abatement, Night Curfew, Special Flightsen code 89 staat voor
RESTRICTIONS AT AIRPORT OF DEPARTURE WITH OR WITHOUT ATFM RESTRICTIONS.
Vlucht
Vertrek
Gepland Werkelijk
Lokale tijden
Aankomst
Gepland
Werkelijk
Lokale tijden
Vertragingscodes
LH283
Bologna
10:30 uur
10:47 uur
Frankfurt
12:00 uur
12:18 uur
Code 81; 7 minuten
Code 93; 10 minuten
LH992
Frankfurt
12:40 uur
13:51 uur
Amsterdam
13:50 uur
15:04 uur
Code 9; 5 minuten
Code 41; 16 minuten
Code 83; 32 minuten
Code 93; 18 minuten
LH993
Amsterdam
14:50 uur
15:58 uur
Frankfurt
15:55 uur
16:49 uur
Code 93; 54 minuten
Code 89; 14 minuten
Hieronder is een schematisch overzicht opgenomen:
De vervoerder heeft hierbij nog toegelicht dat vluchten LH283 en LH992 ook door niet-buitengewone omstandigheden vertraagd zijn uitgevoerd. De vervoerder doet ten aanzien van codes 9 en 41 geen beroep op buitengewone omstandigheden. Dit geldt ook ten aanzien van code 93 bij vlucht LH283.
4.5.
De passagiers betwisten dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden en stellen dat - blijkens de
slot history’svan vluchten LH283, LH992 en LH993 - de vervoerder zelf, door onder meer vanwege de niet-buitengewone omstandigheden, zijn ETD (
Initial Offblock Time) heeft gewijzigd. De vertraging wegens codes 81, 83 en 89 kunnen dan ook geen buitengewone omstandigheden opleveren. Het aanvragen van een nieuwe EOBT (vertrektijd) is het aangeven van een later vertrekmoment, aldus de passagiers. Daardoor sluit je als vervoerder achteraan in de rij wanneer slots worden toebedeeld. De gewijzigde slottijden zijn daarmee geen buitengewone omstandigheden, maar een vertraging door eigen toedoen van de vervoerder, aldus nog steeds de passagiers.
4.6.
De vervoerder heeft de stellingen van de passagiers gemotiveerd weersproken door aan te voeren dat de luchtverkeersleiding, reeds vóór het wijzigen van de EOBT, aan de rotatievluchten een nieuwe slottijd had toegekend. Hierbij heeft de vervoerder toegelicht dat de luchtverkeersleiding om 11:21 uur UTC, te weten anderhalf uur voor de geplande vertrektijd van de vlucht in kwestie, een gewijzigde slottijd aan deze vlucht had opgelegd. Bij de vluchten LH992 en LH283 werden reeds twee uur vóór het geplande vertrek de slottijden gewijzigd. Volgens de vervoerder vloeide de wijziging van de EOBT voort uit de reeds opgelegde ATFM SLOT restricties. De gewijzigde slottijden werden derhalve niet veroorzaakt door eigen toedoen van Lufthansa, aldus de vervoerder. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee gemotiveerd weersproken dat de luchtverkeersleiding de slotrestricties wegens codes 81, 83 en 89 heeft opgelegd door toedoen van de vervoerder. De door de luchtverkeersleiding opgelegde restricties (vanwege codes 81, 83 en 89) leveren dan ook een buitengewone omstandigheid op, ongeacht de daaraan door de luchtverkeersleiding ten grondslag gelegde reden. Een nieuw slot moet immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Dit betekent dat de vervoerder ten aanzien van de vertraging wegens codes 81, 83 en 89 een geslaagd beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. Voor de reeks rotatievluchten betekent dit het volgende:
4.7.
Vlucht LH283 is vanwege code 81 met een vertrekvertraging van 7 minuten uitgevoerd. Aldus wordt, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 4.6. is overwogen, een vertrekvertraging van 7 minuten aangemerkt als een vertraging ontstaan vanwege een buitengewone omstandigheid.
4.8.
De vraag die vervolgens voorligt is deze buitengewone omstandigheid doorwerkt naar de op volgende vlucht, vlucht LH992 (Frankfurt-Amsterdam). Uit het vluchtrapport van vlucht LH992 volgt dat de vlucht een vertraging had wegens code 93 (
AIRCRAFT ROTATION, late arrival of aircraft from another flight or previous sector) van 18 minuten. Hieruit blijkt dat deze vertraging is ontstaan als gevolg van de vertraagde uitvoering van de voorafgaande vlucht. Nu reeds is vastgesteld dat (slechts) 7 minuten van deze vertraging is ontstaan als gevolg van een buitengewone omstandigheid, werkt dit deel van de vertraging door naar de onderhavige vlucht.
4.9.
Naast code 93 is vlucht LH992 vertraagd uitgevoerd wegens codes 9, 41 en 83. De kantonrechter gaat voorbij aan de vraag of de vertraging wegens codes 9 en 41 buitengewone omstandigheden opleveren nu de vervoerder daar geen beroep op heeft gedaan. De vertraging voor de duur van 32 minuten wegens code 83 levert wel een buitengewone omstandigheid op. De kantonrechter verwijst naar hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen.
4.10.
De vervoerder heeft aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat vlucht LH992 (deels vertraagd is uitgevoerd wegens buitengewone omstandigheden. Dit heeft tot gevolg dat het gedeelte van de vertraging van de onderhavige vlucht dat ziet op het met vertraging binnenkomen van de voorafgaande vlucht (code 93) eveneens kan worden aangemerkt als een vertraging als gevolg van buitengewone omstandigheden. Uit het vluchtrapport van de vlucht onderhavige vlucht volgt dat de vlucht een vertrekvertraging van 54 minuten had wegens code 93. Nu reeds is vastgesteld dat 39 minuten van deze vertraging is ontstaan als gevolg van een buitengewone omstandigheid, werkt dit deel van de vertraging door naar de onderhavige vlucht. Naast code 93 is de vlucht in kwestie met 14 minuten vertraagd uitgevoerd wegens code 89. Hierbij heeft de vervoerder toegelicht dat in de
slot historycode 82 wordt genoemd. Beide vertragingscodes zien volgens de vervoerder op de door de luchtverkeersleiding afgegeven restricties. Dit hebben de passagiers niet betwist. De vervoerder kan dan ook ten aanzien van code 89 een geslaagd beroep doen op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter verwijst nogmaals naar hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen.
4.11.
Nu de vertraging van de onderhavige vlucht deels door buitengewone omstandigheden en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, dient te worden vastgesteld of de passagiers hun aansluitende vlucht zou hebben gehaald zonder de buitengewone omstandigheid. De passagiers zijn om 16:49 uur lokale tijd aangekomen te Frankfurt. De aansluitende vlucht van de passagiers naar Shanghai stond om 17:10 uur lokale tijd gepland te vertrekken. Zonder de buitengewone omstandigheid van 53 minuten zou de vlucht om 15:56 uur lokale tijd te Frankfurt zijn gearriveerd. De minimale overstaptijd in Frankfurt bedraagt 45 minuten. Indien er geen buitengewone omstandigheden waren opgetreden, dan zouden de passagiers hun aansluitende vlucht hebben gehaald. Hieruit volgt dan ook dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.12.
De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft hierbij, onder meer, aangevoerd dat hij een buffer van 30 minuten bovenop de minimale connectietijd had ingepland, hetgeen de kantonrechter voldoende acht. Verder heeft de vervoerder aangevoerd dat hij de passagiers heeft omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht. De passagiers betwisten het voornoemde en stellen dat ook gekeken moet worden naar vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen. De kantonrechter overweegt dat van de vervoerder in beginsel niet kan worden gevergd dat hij voor het aanbieden van een alternatieve vlucht de passagier de mogelijkheid geeft om te kiezen uit alle vluchten van die dag bij alle luchtvaartmaatschappijen. Het aanbieden van de eerst mogelijke vlucht van de vervoerder zelf, dan wel van een dochtermaatschappij, is in de meeste gevallen voldoende. Volgens het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) is dit slechts anders indien de passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt (te weten 24 uur later). In het onderhavige geval zijn de passagiers echter meer dan vier uur later op de eindbestemming aangekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder door de passagiers om te boeken naar de eerstvolgende door hemzelf uitgevoerde vlucht, geen redelijk alternatief heeft geboden. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder in dit geval nog meer of anders had moeten nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.
4.13.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proces- en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 398‬,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 99,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter