Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlasteleggingen
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
[slachtoffer 1]] werkt sowieso nog steeds voor [verdachte] (verdachte), ze geeft al haar geld aan [verdachte], ze mag nergens naartoe alleen werken.
Zij ([medeverdachte 1]) was verliefd op hem maar [hij] gebruikte haar voor het geld, hij was haar eerste pooier. Zij deed alles wat hij wilde, want zij was verliefd op hem. Hij kreeg de helft van wat [slachtoffer 3] verdiende. [slachtoffer 3] is deel slachtoffer van [verdachte].
Sinds dat ik in je leven ben weet je wat leven is voordat je mij kende zette [verdachte] je in een kamer that is. (…) [verdachte] heeft een jaar lang je verziekt je hebt nooit dingen kunnen doen wat je wilde(proces-verbaal van bevindingen dossierpagina 428).
Ik geloof er niks van haha. Je staat er nog op. En je woont bij haar (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) en je ben van haar afhankelijk. Anders trapt ze je het huis uit.[slachtoffer 2] reageert:
Klopt ik heb het der deze week verteld. En nu hebben we ruzie ze zegt of t huis uit of doorwerken(proces-verbaal van bevindingen p. 440).
Denk je dat ik dit voor mijn plezier doe?Ze zegt verder dat [medeverdachte 1] haar leven kapot maakt.
- [slachtoffer 1], tezamen en in vereniging met anderen, heeft geworven, vervoerd, gehuisvest en opgenomen;
- [slachtoffer 2], tezamen en in vereniging met een ander, heeft geworven, vervoerd, gehuisvest en opgenomen, en
- [medeverdachte 1] heeft geworven en vervoerd.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vrijheidsbeperkende maatregel
8.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregelen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
bewezendat de verdachte de in
zaak A en zaak B onder 1 en 2ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
ontactverbod ex artikel 38v Sr
– direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].
dadelijk uitvoerbaaris.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 170.200,- (honderdzeventigduizend tweehonderd euro), bestaande uit € 160.200,- als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 170.200,- (honderdzeventigduizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
290 dagen gijzelingen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,- (twintigduizend euro), bestaande uit € 10.000,- als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 20.000,- (twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
35 dagen gijzelingen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 22.000,- (tweeëntwintigduizend euro), bestaande uit € 12.000,- als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 22.000,- (tweeëntwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
35 dagen gijzelingen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.