Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[woonplaats 1].
[woonplaats 1].
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft de nalatenschappen van twee overleden echtelieden, waarbij de executeur verzoeker is en verweerder een van de erfgenamen. Na het overlijden van beide ouders in 2022 hebben meerdere erfgenamen de nalatenschappen beneficiair aanvaard. Verweerder werd herhaaldelijk schriftelijk verzocht een keuze te maken tussen zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding of verwerping.
Ondanks deze verzoeken heeft verweerder geen expliciete keuze gemaakt, maar uit zijn brief van 25 oktober 2022 blijkt dat hij op de hoogte was van de beneficiaire aanvaarding door zijn mede-erfgenamen. Volgens artikel 4:192 lid 4 BW Pro wordt een erfgenaam die geen keuze maakt binnen drie maanden na kennisname van mede-erfgenamen geacht beneficiair te hebben aanvaard.
De kantonrechter oordeelt dat verweerder geacht wordt beneficiair te hebben aanvaard en draagt op dat te registreren in het boedelregister. Het subsidiaire verzoek om een termijn te stellen behoeft daarom geen beslissing. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter S.W.S. Kiliç.
Uitkomst: Verweerder wordt geacht de nalatenschappen beneficiair te hebben aanvaard en dit wordt geregistreerd in het boedelregister.